donderdag 12 mei 2022

Wat wil de natuur?

Wat wil de natuur? Dat was voor mij de vraag toen ik in september 2015 begon op het stuk grond in Randwijk. Ik wist wat ik wilde: hoogstamfruit, wilde planten, vogelstruiken, een vijver, een bloemenspiraal en natuurlijk een groentetuin. Maar bij elke ingreep vroeg ik mij of dat ook goed was voor de biodiversiteit. Zo niet, dan zocht ik naar een compromis. Het was best een worsteling; hoe kan ik zoveel mogelijk natuurherstel stimuleren en ook mezelf bedienen. Zonder dat ik het wist was ik een Zoöp gestart. De Zoöp is een nieuw? organisatiemodel. Een organisatie heeft een bestuur met een voorzitter, penningmeester en secretaris. In een Zoöp wordt een bestuurszetel toegewezen aan een zoönomisch vertegenwoordiger. Deze persoon behartigt strikt de belangen van de niet menselijke wezens. In mijn geval was ik natuurlijk zelf het bestuur en de zoönomisch vertegenwoordiger. Dat maakt het niet persee makkelijker, maar het scheelt veel overleg. Na bijna 7 jaar tuinieren blijft de vraag actueel. Ik zie wel dat er een enorme diversiteit aan planten en dieren is ontstaan op "mijn"  stukje aarde en ik wil graag alert blijven om dat te koesteren en beschermen.

Op dit moment zijn er nog niet veel besturen in Nederland waar een zoönomisch vertegenwoordiger aan tafel zit. Ik hoop dat het voorbeeld snel op meer plaatsen gevolgd wordt.

Zoöp is geïnspireerd op drie casussen in Nieuwe=Zeeland waar een rivier, een berg en een bos de status van rechtspersoon hebben gekregen. In de Maoricultuur werden zij als levende wezens beschouwd en nu is dat bij wet vastgelegd. Tegelijkertijd heeft het iets treurigs dat zulke ingrepen noodzakelijk zijn om de natuur te beschermen.

Gedurende het grootste deel van de menselijke geschiedenis is de natuur als heilig beschouwd en geloofden we dat God of de goden alom tegenwoordig waren in de natuur. In de voorchristelijke godsdiensten stonden planten centraal in de religieuze beleving. Rotsen, rivieren, bomen, planten en dieren waren heilig. Aan veel planten en bomen werden bepaalde krachten toegeschreven. Er bestond een groot respect en eerbied voor de natuur om ons heen. Deze natuurgodsdienst van onze voorvaderen is door de kerk in de loop der eeuwen niet onmiddellijk uitgeroeid, maar eerder stapsgewijs ingelijfd en omgevormd. Het vast onbedoelde effect van deze inlijving is dat we niet meer met eerbied en respect naar de natuur om ons heen kijken. De westerse mens heeft zich boven de natuur geplaatst en gebroken met jaren van verworven wijsheid en ervaring. Met desastreuse gevolgen. 

Iedereen kan een zoönomisch vertegenwoordiger zijn. Iedereen moet een zoönomisch vertegenwoordiger zijn.



zondag 1 mei 2022

Ode aan onkruid

Ik fiets langs het gat van Hagen, een prachtige recreatieplas. De bermen naast het fietspad staan vol met madeliefjes. Iets verder ziet het geel van de paardenbloemen. Ik stap af om een foto te maken en om te kijken of ik wilde bijen kan ontdekken. Als een van de eerste bloeiende bloemen zijn paardenbloemen belangrijk als voedsel voor vroege vliegers. Op een bank, op hoor afstand met wind mee, zitten twee mensen. De vrouw is onder de indruk van de schoonheid om haar heen. 'Kijk daar hoe mooi', ze wijst naar de berm. 'Allemaal onkruid', is het antwoord van de man. Ze doet nog een poging en wijst ergens in de verte. 'Prachtig toch',  zegt ze. 'Ook allemaal onkruid', sombert de man. Voor sommige mensen zijn de planten die we onkruid noemen een zorg voor anderen een zegen. Laten we stoppen met planten onkruid te noemen. Het zijn allemaal planten. Vooral planten die schijnbaar zomaar ergens komen groeien zijn van onschatbare waarde voor de natuur. Van en op elk plantje leeft een specifiek beestje. 

Al vroeg in het voorjaar geniet ik van de prachtig bloeiende bermen in wisselende kleuren combinaties. Het is een doorlopende en doorfietsende bloemenshow. Het begint met aandacht trekkend felgeel, paardenbloemen en raapzaad. Ik wil voortdurend afstappen om raapzaad te plukken en te proeven van de pittige mosterdsmaak. Na het geel komt het kantachtige wit van het fluitenkruid en ook de witte dovenetelbloemen steken helder af bij het frisgroene blad. Ik word heel blij van de wilde peen en verbaas me telkens weer over het prachtige witte bloemscherm met het zwarte of donkerpaarse bloemetje in het midden dat lijkt op een klein insect. Als ik heel goed kijk zie ik af en toe het tere hemelsblauw van de ereprijs schitteren in het gras. Bij het zien van bijvoet denk ik aan soldaten met het kruid in de schoenen om de voeten te beschermen. Door de bermen te bestuderen ben ik niet meer ongerust over het zogenaamde onkruid in mijn tuin. In de bermen zie je hoe onkruiden elkaar afwisselen en samen


groeien. Zelfs zevenblad voegt zich en vleit tegen de buurplanten aan zonder teveel ruimte in te nemen. Vandaag telde ik op ongeveer 1 m2 14 verschillende planten die onkruiden genoemd worden.  

Ook in mijn tuin vind ik zevenblad, dovenetel, smalle weegbree, teunisbloem. melde, brandnetel, zuring, lisdodde, robertskruid, stinkende gouwe en toortsen. De graspaden worden ingekleurd met hondsdraf, rode klaver, madeliefjes en paardenbloemen. Inmiddels ben ik blij met deze eetbare planten in de tuin. Planten die zich grillig gedragen en zich niet houden aan mijn plan met de tuin. Planten die zelf wel bepalen waar ze willen groeien. Planten die mij geleerd hebben het plan in mijn hoofd los te laten en te kijken naar hoe het wordt. Elke plant heeft een functie in het ecosysteem en is belangrijk voor de bodem en/of een beestje. De natuur is een grote (on) kruidentuin.