maandag 27 mei 2024

Rivier

Ik ben de rivier. Maar welke? Ik ben geboren aan de Waal, opgegroeid aan de Rijn. Op mijn 18 de vertrokken naar Nijmegen aan de Waal, daarna 6 jaar Beuningen ook aan de Waal. Toen volgden er 22 moeilijke droge jaren in Brabant. Ik realiseerde me niet dat ik die rivieren enorm mistte. Dat realiseerde ik me pas toen de tranen over mijn wangen stroomden in de trein van Eindhoven naar Utrecht, waar mijn dochter toen woonde, bij het passeren van de grote rivieren. Ik wist het ineens zeker, ik wil terug naar het rivierengebied. Ik vind de Rijn ook heerlijk ruiken. De Rijn ruikt anders dan de Waal beweer ik wel eens. Dat kan niet volgens mijn lief, het is hetzelfde water. Hij zal ongetwijfeld gelijk hebben. Ik prijs me nog elke keer gelukkig als ik op de pont sta van Randwijk naar Wageningen of andersom en de rivier aftuur, Het water is weer heel hoog. Dat betekent lekker lang op de pont. De stroming is ook sterk met hoog water en de pont trekt behoorlijk aan de kabels om aan de overkant te komen. Een echtpaar staat ernaar te kijken. De pont kan ook zelfstandig varen, stel ik ze gerust. De vrouw kijkt zorgelijk: ja maar met deze stroming. Ja dan ben je zo in Rotterdam. O nee, daar willen we nooit meer heen: antwoord ze gevat. We lachen. De man houdt zich afzijdig. We komen uit Spijkenisse en wonen nu een half jaar hier, we vinden het hier zo fijn, voegt ze er aan toe. Dat kan ik begrijpen.  





donderdag 23 mei 2024

Kantelpunt

Het tuinseizoen had dit jaar een rustige aanloop. Zoals elk jaar heb ik weer veel voorgezaaid. Tomaten, courgette, komkommers, pepers, rode spitskool, bladkool, spinaziemosterd, zeebiet, pompoen, pepervenkel, koriander, Turkse drakekop, zinnia's, arnica,, allerlei soorten basilicum. Het bleef nogal fris, vooral de nachten. De planten nemen de tijd en groeiden niet erg snel. 

Rechtstreeks in de tuin zaai ik bieten, pastinaak en ik poot aardappelen en ik leg bonen. 

Het duurde even voor ik het doorhad, maar het is een slakkenjaar. Er zijn enorm veel sakken. In het begin vertrek ik met grote tegenzin met een lampje en een grote bak naar buiten om slakken te verzamelen. Ik ben er elke dag wel een uur mee bezig en vang dan ik denk ongeveer 200 slakken. Ze gaan emigreren naar het land van de buurman, de boomkweker. Ze vinden er daar niks aan en komen allemaal weer terug naar mijn heerlijke snoepwinkel. Terwijl ze weer onderweg zijn krijgen mijn planten de kans om te groeien. Slakken leggen 5 meter per uur af.  Het is een soort spelletje geworden. Ondertussen slaat bij mij net als elk voorjaar de wanhoop toe. Ik zie helemaal geen planten meer. Althans geen gekweekte planten. Help, ik heb alleen nog  paardenbloemen, zevenblad, brandnetel, bramen en gewone berenklauw in de tuin. Ook de heermoes rukt weer op, na jarenlange afwezigheid. 

Dat denk ik elk voorjaar. En elk voorjaar komt er een kantelpunt. Dit jaar was het op 8 mei. Het is een jaarlijks terugkerend fenomeen.  Omdat de wilde planten harder groeien dan de gekweekte duurt het langer voor ze tevoorschijn komen. De slakken invasie is een extra handicap. Je weet namelijk niet of er gewoon niets opkomt of dat de slakken liggen te wachten om je zaailingen te verschalken als hapje vooraf.  

zaterdag 11 mei 2024

Meisje

Paul loopt het tuinpad af, steekt zijn hand op als afscheid en roept: dag meisje! Bij sommige mannen zou ik de kriebels krijgen bij zo'n vaarwel. Niet bij Paul. Paul was te gast in de vrienden op de fiets kamer, die ook voor wandelaars beschikbaar is. Hij komt tegen een uur of zes aanlopen na een dagtocht van 34 km. We eten samen en gelukkig is Paul net als ik dol op gezelschap maar ook graag alleen. Na de koffie verdwijnt hij naar boven. De ideale gast. 

De avond ervoor was er een bijeenkomst van de Randschrijvers, onze Randwijkse schrijfclub. We zijn al een tijdje spannende verhalen aan het schrijven. Ik had een verhaal geschreven over de belevenissen van mijn vader in de oorlog. Volledig verzonnen. Ik had mijn vader ook de verteller gemaakt. Dat is ook verzonnen want mijn vader vertelde nooit iets. Wat het voor mij bijzonder maakt is dat ik in het verhaal mijn vader eigenschappen toedicht die ik graag in het echt ook had willen meemaken. Een van de dingen die mijn vader tegen mij zegt in het verzonnen verhaal is: Kom meisje ga eens lekker zitten dan zal ik je het verhaal vertellen. Ik merkte tijdens het schrijven hoe fijn ik het vond dat mijn vader meisje tegen me zegt. Ik heb een vader beschreven die ik graag had willen hebben. Dat noem ik troostschrijven. 

Ik merkte dat het me een fijn gevoel gaf, mijn vader te herschrijven, Gewoon een heel andere vader verzinnen en beschrijven. Toen Paul mij meisje noemde moest ik denken aan mijn vader. Mijn verzonnen vader, die me liefdevol meisje noemt. Mijn dag was goed begonnen. 



donderdag 25 april 2024

Een natuurlijke tuin

Ik ga een lezing geven over het aanleggen van een natuurlijke (eetbare) tuin. Ooit was de hele wereld een natuurlijke hoofdzakelijk eetbare tuin. We zijn zover verwijderd van onze natuur dat we niet meer weten wat er eigenlijk vanzelf groeit en wat we er mee kunnen. We moeten leren wat we moeten doen om een natuurlijke (eetbare) achtertuin aan te leggen. Ik vind lezingen geven heel fijn, maar het is verdrietig dat we lijden aan ernstige natuurblindheid. 

Ik was in Nijmegen op de universiteit bij een lezing van Glenn Albrecht, een Australische filosoof. Hij sprak over het einde van het antropoceen en het begin van ons leven in het symbioceen. Hoe we dat gaan doen hoop ik te lezen in zijn boek "Aarde emoties" een nieuwe taal voor een nieuwe wereld. Een tijdperk waarin we opnieuw symbiotisch samenleven met de natuur. In symbiose leven op mijn stukje Randwijk, dat onderzoek ik al een aantal jaren. Met vallen en opstaan. Dit voorjaar doorkruisen de vele slakken mijn plannen met de moestuin. Als ik geen moestuin zou willen en alleen planten eet die vanzelf opkomen heb ik geen slakkenprobleem. Ik schep een slakkenprobleem omdat ik van alles ga zaaien wat ik graag in mijn tuin wil hebben. Je zou een rangorde kunnen maken van planten waar slakken de voorkeur aan geven. Ze eten bijvoorbeeld nooit zevenblad. Tomaten zijn ze ook niet gek op. Smeerwortel vinden ze wel lekker, vooral de bodembekkende. Engelwortel doen ze een moord voor. Of beter gezegd daar geven ze hun leven voor.  ( Ik vang ze maar maak ze nooit dood) Ik moet heel creatief zijn om Echinacea en spilanthes planten over te houden in de tuin. Het grappige is, beide planten bevatten alkamiden. Alkamiden zijn geneeskrachtige stoffen, vooral goed voor het verbeteren van je immuunsysteem. Alkamiden hebben een tijdelijke licht verdovende werking. Zouden slakken dat merken en er daarom zo verzot op zijn? Even lekker van de wereld en niet bezig zijn met de gevaren waaraan je als slak blootgesteld bent. Snel weg rennen kun je ook niet. Ook de Arnica hebben ze geprobeerd volledig af te grazen. Ik had het eerst niet door, dacht dat de plant verdwenen was. Het immuunsysteem van de slakken in mijn achtertuin zal wel uitstekend zijn evenals de doorbloeding door de Arnica.

Een natuurlijke tuin is helemaal niet zo moeilijk. Het wordt ingewikkeld als je een plan hebt en planten wil die niet vanzelf in de tuin groeien.  



woensdag 24 april 2024

Droomgedicht

Kwam het door het slordig neergegooide T-shirt over de wekker? Ik stoorde me aan het felle licht van de wekker. Het lampje in de wekker kan zwakker. Ik weet niet meer hoe, ben bang dat ik de tijd in de war pruts en gooi mijn T-shirt erover, donker. Ik word wakker en kijk onder het T-shirt. Wat half negen? Meer dan 8 uur geslapen, dat overkomt me nooit. 

Ik heb vannacht gedroomd, is mijn eerste gedachte. Ik heb een gedicht gedroomd. Ik heb een gedicht gedroomd zeg ik hardop. De eerste regels weet ik nog en die zeg ik hardop. Geen reactie. Ik herhaal de regels zachtjes voor mezelf, om niet te vergeten. 

Uit bed en snel in mijn schriftje schrijven.

"Er groeit een bloem in de tuin. Zo mooi dat ik er wel even naast wil gaan liggen". De rest weet ik niet meer. De hele dag probeer ik te bedenken over welke bloem het gaat. Ik loop een rondje in de tuin. Er valt me niets in. Tot ik op de fiets stap om naar Elst te fietsen. Halverwege schiet het me te binnen. Ik moet er om lachen, ik ben het zelf. Ik ben de bloem.

Je kunt toch niet naast jezelf gaan liggen zegt mijn lief. In een droomgedicht kan dat wel. 



 

maandag 22 april 2024

Van wie binde gij er een?

 "Van wie binde gij er een" , de vrouw achter de toonbank kijkt me indringend aan. Van van Lingen antwoord ik timide. Van Ingen? Nee van LLLLingen. Het verkeerde antwoord dat zie ik wel aan haar gezicht. Die familie kent ze niet. We wonen toch al minstens 10 jaar in Driel. Ik deed als klein meisje graag boodschappen voor mijn moeder. De vraag van wie ik er een was heb ik vaak gehoord. We behoorden niet tot een bekende familie in Driel en we waren ook nog protestant. Dat voelde ontheemd, ik hoorde daar blijkbaar niet. 

Toen ik 18 was ben ik op kamers gaan wonen in Nijmegen. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit heb gedacht dat ik daar niet thuis hoorde. Ook in Beuningen waar ik 6 jaar met mijn gezin gewoond heb voelde ik me helemaal op mijn plek. Ik had leuke buurvrouwen en een gezellige straat. De kinderen zaten op een fijne school en er kwamen veel vriendjes en vriendinnen spelen. 

De volgende stap was Brabant. Dat heb ik totaal verkeerd ingeschat. Eitje dacht ik. Je gaat ergens wonen en je bent thuis. Ik heb 22 jaar in Brabant gewoond. In de loop der jaren voelde ik me steeds minder thuis in plaats van dat ik meer inburgerde. Ook na 22 jaar draaien mensen zich massaal om als ik bij de bakker mijn mond open deed en staarden me aan, Van wie binde gij er een? De eerste jaren in Mierlo liep het nog best aardig. Ik ging hockeyen. Dat had ik nooit gedaan. maar ik vind sporten leuk. Het team was leuk en ik genoot van het spelletje, gezellig borrelen na de wedstrijd en tikje aangeschoten naar huis. Af en toe een weekend weg met een aantal vrouwen en de hele nacht pictionary spelen. Pas toen het team stopte begreep ik dat alles ophield. Het spel hield ons bij elkaar, daarna was er niks meer. De volgende stap voor veel hockeydames was golfen. Toen ben ik definitief uit die vissenkom gesprongen. Er is in Brabant geen andere kom op mijn pad gekomen. Ik heb de jaren besteedt aan mijn tuin, werk, herboristenopleiding en hond.  

Pas toen de kinderen gingen studeren en op kamers gingen wonen ging ik serieus nadenken. Hoe kom ik hier weg? Door het lezen van de creatiespiraal van Marinus Knoope leerde ik heel precies mijn wensen te formuleren en ook dat er stappen nodig zijn om te komen tot het uitkomen van een wens. En dat je deze stappen heel precies moet formuleren. Een ding wist ik zeker:  nooit meer zandgrond.

Toen mijn dochter in Utrecht woonde en ik op bezoek ging met de trein, kwam ik over de grote rivieren, Dat emotioneerde me. Ik ben geboren aan de Waal, opgegroeid aan de Rijn en heb daarna weer jaren aan de Waal gewoond in Nijmegen en Beuningen. Ik geloof niet in teruggaan. Ik geloof in opnieuw beginnen, maar wel in de buurt van de grote rivieren op de klei. 

Ik heb een tuin en wortel inmiddels verticaal. Net als mijn bomen en planten. 



 

maandag 1 april 2024

solastalgie

Vandaag heb ik voor het eerst bekend dat ik aan solastalgie lijd. Ik sta voor een groep van 12 mensen die komen voor een wildplukwandeling in park Lingezegen. Met grote ogen kijken ze me aan. Wat heb je? Sinds deze week weet ik dat het een naam heeft, solastalgie. Het is net als met salutogenese. Ik was er al een tijdje (paar jaar) mee bezig voor ik er achter kwam dat het een naam heeft. Troostend, het heeft een naam, ik ben blijkbaar toch niet de enige. Als het een naam heeft, lijden er meer mensen aan. 

In 2003 al muntte Glenn Albrecht solastalgie: "Een woord voor het verdrietige gevoel van mensen in een landschap dat om hen heen verandert door factoren waarop ze geen greep hebben.", In de meeste gevallen komt dat neer op minder groen, meer steen, minder rust, meer herrie, minder bomen, meer asfalt. In mijn omgeving vooral veel bamboestokken met miniboompjes in plaats van hoogstamfruit. 

Het gevoel overviel mij in de zomer van 2021. Ik was op mijn jaarlijkse fietskampeerweek met mezelf en had deze keer gekozen voor Brabant. In de weken daarvoor had ik geluisterd naar een podcast over voedselbossen en ik was en ben helemaal vol van de reikwijdte van de intelligentie van de natuur. In mijn tuin was ik me wel bewust van processen die plaats vinden als ik niet of weinig ingrijp. Kringlopen die ontstaan, onkruiden die hun werk komen doen, de bodem die aan het herstellen is door het bodemleven. Ik had er alleen nog geen naam voor. Intelligentie van de natuur. Dat geeft de grootsheid goed aan van alles wat er om me heen gebeurt met en door niet menselijk leven. En de nietigheid en onbelangrijkheid van mij. Mijn enige rol is dienend.

Tijdens het fietsen in Brabant overvalt me regelmatig een verdrietig gevoel. Ik zie zoveel geweld. Niet alleen bij varkensboeren en tuinderijen. De meeste  pijn voel ik van particuliere tuinen. Particuliere tuinen met gemillimeterd gras, in de hoeken een hortensia en een hek om de tuin. Veel steen en grind. Particulieren raakt me meer omdat hun inkomen er niet van afhangt en ze dus geen excuus hebben om het niet natuurlijker aan te pakken. 

Dat er niet veel mensen zijn die dit gevoel met mij delen heb ik al snel na de fietsweek gemerkt. Voor de eerste schrijfbijeenkomst is de opdracht een vakantieverhaal te schrijven. Ik schrijf over mijn fietstocht en over de pijn die ik voelde om het afknijpen van de intelligentie van de natuur. Ik lees mijn verhaal voor. Tijdens het lezen voel ik het al, het komt niet over. Ik krijg het warm en wil stoppen met voorlezen. Na het verhaal kijken grote vragende ogen mij aan. Ja maar Nederland is toch prachtig. Er komen tips om het verhaal aan te passen. Ik knik braaf en zeg dat ik het verhaal nog eens ga bekijken. Thuis lees ik het verhaal nog een keer na. Ik ga er helemaal niets aan veranderen. Ik kan het niet mooier maken. Ik lijd aan solastalgie. 



Dit is een chromatografie van de bodem in mijn tuin gemaakt door Martijn van den Huijssen. Volgens Martijn is te zien dat er voldoende organische stof in de bodem is. maar er is nog te weinig bodemleven om alles af te breken en te goede te laten komen aan de planten.