vrijdag 25 november 2022

Gemiste kans

 Dinsdagmiddag is er een bijeenkomst over voedselbossen in Wageningen. Zes voedselbossen, alle 6 heel verschillend presenteren zich, vertellen over hun project. Wouter van Eck, van voedselbos Ketelbroek is een van de presentatoren. Hij doet dat weer op de gebruikelijke manier, doorspekt met humor die niet iedereen begrijpt. Er zitten veel jonge mensen in de zaal en ook op het podium zijn het vooral jonge mensen die de projecten uitvoeren. Heerlijk om in een zaal met mensen te zitten die met groen bezig zijn of er meer over willen weten. Het is mooi om te zien dat er van allerlei tussen vormen bedacht en uitgevoerd worden met het voedselbos als inspiratiebron. Als je met boeren je geld wil verdienen en productie wil maken zul je waarschijnlijk wel in rijen moeten aanplanten en niet alleen een romantisch sprookjesbos moeten aanleggen. 

Het is een uitdaging om te koken met de bijzondere producten uit het voedselbos. We zullen weer brood moeten leren maken van kastanjemeel, sauzen van meidoornbessen, notenburgers en kaki's eten. Bij de nieuwe winkel kun je proeven wat er gemaakt kan worden met producten uit voedselbos Ketelbroek. Ik zit bij een etentje bij mijn zus, mijn zwager vertelt dat hij bij de Nieuwe winkel voor twee personen 800 euro moest afrekenen. Mijn schoonzus vult aan dat zij ook 800 euro kwijt waren maar met 4 personen. Ik zeg niets maar ik ben verbijsterd. Ik ga nooit uit eten. Niet alleen vind ik het meestal zonde van mijn geld en is er vaak veel te veel lawaai, ik eet thuis altijd het allerlekkerst. 

Het is wel heel jammer dat er geen restaurants zijn waar je gewoon betaalbaar lekker plantaardig kunt eten. Ik lees dat de plantaardige koksopleiding in Amsterdam een groot succes is. Er is echter een probleem, er zijn geen stageplaatsen voor de leerlingen. Men is dus genoodzaakt ook nog de traditionele keuken te onderwijzen. 

Veertig jaar geleden was ik een van de uitbaters van ecologisch restaurant Miene Mut in Nijmegen. We hadden als doelstelling dat iedereen moest kunnen komen eten. We wisten toe niet dat we onze tijd ver vooruit waren, De mensen kwamen niet voor de biologische groenten maar voor de nieuwe formule, de betaalbaarheid. De tijd is nu rijp voor restaurants zoals Miene Mut waarin biologische groenten de hoofdrol spelen aangevuld met zogenaamde onkruiden, meidoornbessen, paddenstoelen en bamboescheuten. Hoewel mijn handen jeuken ga ik er niet meer aan beginnen. Maar als ik gevraagd wordt om een avond te komen koken? 

Na de bijeenkomst was er de gelegenheid om vragen te stellen en opmerkingen te maken. Helaas bedacht ik bovenstaande opmerkingen pas onderweg op de fiets naar huis. 





dinsdag 15 november 2022

VERBINDING

 De tuin laat zich van haar beste kant zien. De zon schijnt, er zit nog veel blad aan de bomen in de meest schitterende kleuren. Ook zonder blad zijn de wilgen een aanwinst voor de tuin in mooie tinten oker en bijna roze. Het is zaterdag en ik krijg bezoek.

M, een van de aanwezigen bij een lezing die ik heb gehouden voor een groep mensen die het initiatief hebben genomen om een gezondheidshuis op te richten, heeft deze bijeenkomst georganiseerd. Zij was gelukkig erg enthousiast over mijn lezing en vond dat ik een man moest leren kennen. Een man die heel veel betekent in de landbouw- en natuurontwikkeling van grote gebieden in Gelderland. Hij heeft maar liefst 110 hectare in beheer als ik het me goed herinner. Zijn oorspronkelijke motivatie was herstel van vogelstand. Maar zoals dat gaat als je je gaat verdiepen in de samenhang van de natuur komt er veel meer bij. Je gaat zien dat alles met elkaar te maken heeft. Een belangrijk onderdeel van zijn drijfveren is de boodschap uitdragen. Laten zien wat er gebeurt als je de aarde op een goede manier beheert en ook door middel van rondleidingen de boodschap uitdragen.

Heerlijk is het mensen te spreken, die weliswaar op een andere schaal maar toch, met hetzelfde bezig zijn.

Ik vertel over mijn drijfveren. Over mijn eureka moment in de les secundaire inhoudsstoffen. Het moment dat ik besefte dat er meer is dan: Eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines, mineralen. Dat meer is te vinden in de natuur. In de natuurlijk groeiende planten die niet betuttelt worden en kunnen uitgroeien tot krachtige planten die zichzelf verweren tegen aanvallen van buiten. Planten die communiceren met elkaar boven- en ondergronds. Een fascinerend gegeven waar ik nog niet veel van weet. Maar misschien is dat juist wel een voordeel en maakt dat de bewondering en ontzag groter. Ik vertel over de veranderingen in mijn lichaam doordat ik elke dag deze secundaire inhoudsstoffen binnenkrijg. Ik ben fitter, minder vaak en korter ziek. De secundaire inhoudsstoffen zetten de puntjes op de i. En dat goed voor mezelf zorgen alles te maken heeft met het zorgen voor mijn stukje grond. Ik probeer het kort te houden en zeg tenslotte: zondag ga ik meedoen aan de zevenheuvelenloop. Twee van mijn gasten zitten met shiny eyes te luisteren. Een van mijn gasten heeft een medische achtergrond en  ik zie aan zijn ogen dat hij het niet gelooft. "Kan dat niet ergens anders aan liggen"? Ik probeer nog: de secundaire inhoudsstoffen zijn nog steeds in 60% van de reguliere medicijnen de werkzame stof. Dus waarom zouden deze stoffen in medicijnen wel werken en als je ze binnen krijgt via planten niet?

We gaan naar buiten, ik leid ze rond in mijn tuin. Ik ben tikje bezorgd dat er niet veel meer te zien is, maar ze vinden het prachtig. We wisselen uitgebreid ervaringen en ideeën uit. We genieten van de tuin en van het prachtige weer. 

"Je geeft toch zeker wel regelmatig rondleidingen"; zegt M. Ik geef schoorvoetend toe dat ik dat alleen op aanvraag doe. Ook workshops en lezingen alleen op aanvraag.  En staat dat op je website; vraagt M. Ik heb geen website moet ik bekennen. Ik vind lezingen geven, rondleidingen en workshops erg leuk, maar het allerliefst ben ik thuis in de tuin. In verbinding met mijn planten, dieren, mijn helende stukje aarde. Als mensen heel graag willen weten wat ik doe en ontdekt heb, dan wil ik er graag over vertellen.

En wie weet komt er ooit een boek. Ik ben er mee bezig.




vrijdag 4 november 2022

 

NOOIT GEDACHT 

Keurend bekijk ik de tuin en omgeving bij huizen waar dat bordje aan de gevel hangt. Kennelijk zijn de mensen erg gelukkig met hun woonomgeving. Vaak vind ik het nogal tegenvallen. Gelukkig is datgene waar mensen naar verlangen heel verschillend.

Het is 9 oktober en ik zit buiten te lunchen op wat op dit moment mijn “nooit gedacht” plek is. De achtertuin ligt op het noorden. Nooit gedacht is het terras aan de zijkant van het huis.

Dit stuk tuin is heel lang onbegaanbaar gebied geweest. Ik had hulp nodig om hier mee aan de slag te gaan. De hele zij tuin van 10 bij 20 meter was bedekt met heel dik stug zwaar plastic. Het plastic was afkomstig van de Parenco, de papierfabriek aan de `overkant`. We hadden werk genoeg de eerste jaren en kwamen er pas in 2019 aan toe om het plastic weg te halen. Er stonden een paar struiken, de rest van de tuin was kale grond. Twee weken later begreep ik waarom de vorige bewoner de tuin had afgedekt. Er kwamen frisgroene zevenblad scheutjes boven de grond. Mijn angst voor zevenblad sloeg om in bewondering. Zelfs 20 jaar onder een dikke laag verstikkend plastic krijgt deze plant niet onder de groene zoden. Dan kan ik beter een manier vinden om samen te werken. Er volgen 2 jaren van experimenten. Wat kan concurreren met zevenblad of bestaat er een plant die sterker is dan zevenblad. Die bestaat.

Hondsdraf overwoekert zevenblad en zorgt ervoor dat het verdwijnt. Dan moet je wel weer het teveel aan hondsdraf verwijderen, maar dat wortelt minder diep. Verder zijn er veel planten die zich prima staande houden in het zevenblad; phlomis, duizendblad, boerenwormkruid, rabarber, geranium, smeerwortel, paardenbloem, look zonder look, wilde majoraan, solidago. Het zevenblad is nu een betrouwbare eetbare bodembedekker die ook nog heel mooi bloeit. Voor andere planten die wat kwetsbaarder zijn maak ik wat meer ruimte.

Vanaf het huis is er een overloop gegraven van de regenton naar een wateropvang. Ik heb gekozen om het met vijverfolie te bekleden omdat ik graag permanent water wil. Het is een natuurlijk ogend vijvertje geworden met een ondiepe uitloop bedoeld als vogelbad. De vijver is direct gekraakt door kikkertjes. Van de aarde uit de vijver heb ik een verhoging gemaakt voor lavendel, rozemarijn, wilde majoraan en bergamot.

De schoonheid van de plek openbaarde zich pas toen we de schuur afgebroken hadden die direct achter ons huis stond en er een plek ontstond om een terras op het zuiden te maken. De nieuw te bouwen schuur met afdak kreeg zowel een opening naar het westen als een opening naar het zuiden. Zo ontstond een beschutte plek in de zon voor voor- en najaar.

Naar rechts kijkend achter het huis langs zie ik de ingang van de spiraaltuin. De poort van dikke takken is begroeid met de oranje roos Westerland die nog een keer is gaan bloeien.  Verder zie ik vanaf deze plek vooral grassen, grijze wilgen, de verkleurende beuk en eik van de buren tegen een helder blauwe lucht. Vlinders fladderen voorbij op zoek naar de laatste bloemen en/of rottend fruit.

De afgeknipte gele bloemen van de aardpeer staan in een grote vaas. De begonia`s staan nog volop in bloei, de felrode en oranje bloeien hangen in dikke trossen langs de potten. De heilig basilicum bloeit in grote paarse trossen en lokken de bijen. Vogeltjes genieten zichtbaar van wat hier allemaal groeit.

Nooit gedacht; dat ik zoveel zou leren van zevenblad.




maandag 10 oktober 2022

 

EEN LEVENDE  TUIN

 

Zorgen om wormen

Als klein meisje zat ik al graag op mijn knietjes in de modder te wroeten. Ik vermoed dat er genoeg wormen in de bodem krioelden, want regelmatig kwam mijn moeder aanrennen om nog net te zien dat ik een worm naar binnen slobberde als een spaghettisliertje. In de jaren daarna heb ik me niet meer bezig gehouden met de worm. Ik heb me sowieso weinig bezig gehouden met diertjes in de bodem. Ik verdiepte me in de plantenwereld. Ik wist wel dat wormen goed zijn voor de grond, maar dat wormen één van de belangrijkste levensvormen op aarde zijn heb ik me nooit gerealiseerd.

Tot ik in september 2015 de gelukkige eigenaar/beheerder werd van een tuin van 5000m2 in de Betuwe. Het stuk grond achter het huis lag er kaal en stoppelig bij. Helemaal door mij in te vullen. Ik had grootse plannen met de tuin. Niet geremd door enige kennis van de bodem ging ik zo snel mogelijk aan de slag. Er moesten bomen komen, liefs een hele hoogstamboomgaard, vogelhagen, geneeskrachtige kruiden, een groentetuin, klein fruit en wilde eetbare planten. En natuurlijk moet de achtertuin een mooie tuin worden, aangenaam om in te verblijven voor mens en dier.

Na 22 jaar geworstel op klapzand was ik heel blij weer te kunnen tuinieren op klei. Voor de hoogstamfruitbomen moesten grote gaten gegraven worden. Achteraf realiseerde ik mij dat er toen totaal geen bodemleven te zien was. Pas toen de bomen niet groeiden begon ik mij af te vragen wat er aan de hand was. Na een aantal rondleidingen elders, een permacultuur weekend, een voedselboscursus en boeken lezen kwam ik tot de conclusie dat ik de bomen in de woestijn had geplant. Mijn tuin was een maisveld geweest, de meest mishandelde en uitgeputte dode grond die er blijkbaar is. Door monocultuur, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en diep ploegen was het bodemleven in mijn tuin totaal verdwenen.

Natuurlijke intelligentie

`Waar de worm verdwijnt, gaan samenlevingen te onder `: volgens Christopher Lloyd een bekende inmiddels overleden Engelse tuinman. De worm maakt de grond vruchtbaar en voorziet de bodem van zuurstof. Wormen eten compost, blad, kleine dode dieren en schimmels. Ze vermalen het voedsel tot een fijne pasta, die ze uitscheiden. Elke worm kan per jaar 4,5 kg uitwerpselen rijk aan fosfaat, kalium en stikstof produceren. Verder zorgen ze ervoor dat er zuurstof bij de wortels kan komen en de bodem niet verdicht. Wormen zijn ook een belangrijke voedselbron voor vogels en egels. Ik moest zorgen voor een wormvriendelijke omgeving om die ijverige spaghettisliertjes te lokken en de kleine samenleving waar ik woon te redden. Hoe wist ik nog niet.

Tijdens een cursus voedselbossen werd mij verzekerd dat je vooral niets moest doen. Aanplanten, een hangmat ophangen en alles de grond uitkijken. Dat vond ik geen aantrekkelijk vooruitzicht. Ik ben het liefst de hele dag buiten en werk graag in de tuin. Het idee achter een voedselbos, herstel van de bodem en biodiversiteit sprak me wel aan. Bovendien besefte ik dat ik een manier moest vinden om die 5000m2 in mijn eentje te beheren. Ik moest leren samenwerken met de natuur. Ik moest leren accepteren en respecteren dat de natuur vaak veel beter weet dan ik wat op welke plek hoort en welke planten en bomen en beestjes gedurende een periode elkaar nodig hebben. De intelligentie van de natuur moest ik niet verstoren. Ik moest een manier vinden om mijn plannen te combineren met wat mijn stukje aarde wilde worden. Ik wilde een manier vinden om zoveel mogelijk biodiversiteit mogelijk te maken en ook de door mij gewenste bomen, struiken en planten in de tuin te laten groeien.

De natuur als voorbeeld

Fietsend langs Betuwse wegen en onderwijl genietend van de bloemenshow in de bermen, bracht mij op het idee van concurrentie. In de bermen zie je geen monocultuur. Op één vierkante meter berm telde ik al snel veertien verschillende planten. Terug in mijn tuin kijk ik daar ook beter naar ieder stukje grond. Ook daar concurrentie. Of samenwerking? Zelfs zevenblad neemt geen dominerende rol in. Ik probeer het zevenblad niet weg te halen maar gebruik het als betrouwbare bodembedekker en plant er de planten die ik ook graag wil tussen. Want zevenblad is een heerlijke groente die ik veel eet in het voorjaar als er in de groentetuin nog weinig te beleven is. Anders naar planten kijken die we onkruid zijn gaan noemen. Ik heb geen onkruid in de tuin. Ik heb gezaaide planten en wilde planten die zelf hun plek kiezen. De meeste wilde planten groeien op plaatsen waar ze een taak hebben. Ze zorgen voor ontbrekende stoffen in de bodem. Wilde planten met lange wortels maken de bodem los. Ik moet leren samenleven met zogenaamde plaagdieren, slakken, luizen, woelmuizen. Door niet in te grijpen zorg ik ervoor dat ik natuurlijke vijanden naar mijn tuin kan lokken.

Opnieuw begonnen

Alles wat ik ooit leerde over tuinieren, behalve plantennamen, heb ik overboord gegooid. Ik ben opnieuw begonnen met ontdekken, leren wat wel of niet werkt en wat iets toevoegt aan de biodiversiteit. Met zorg voor de natuur probeer ik mijn stukje aarde te beheren rekening houdend met alles wat leeft. Het levert vaak hoofdbrekens en gepieker op wat wel of niet in de tuin past. In de plantenkeuze kun je veel verschil maken voor vlinders, bijen, zweefvliegen, vogels. Ook onderhoud of liever gezegd geen onderhoud levert een bijdrage. Het lange gras zit vol krekels en andere beestjes, die laat ik met rust. Op de graspaden maai ik heel voorzichtig omdat er vaak kikkertjes springen op ontdekkingsreis door de tuin.

Na 7 jaar

Ik heb de samenleving waar ik woon gered van de ondergang. De wormen zijn teruggekomen in de bodem. De fruitbomen groeien en hebben veel fruit gegeven. De bessenstruiken, druiven, vijgen, mispels, kastanjes geven gul. In de vijver verdringen de kikkers zich op de waterleliebladeren. De hele tuin zoemt, fladdert en leeft. Hoewel ik hem of haar liever niet tegenkom ben ik wel trots dat een ringslang mijn tuin als standplaats heeft uitgekozen. Het is een helende tuin geworden voor alles wat leeft. Voor mij als herborist is de tuin ook mijn helende werkplaats. Ik pluk en droog voor het hele jaar geneeskrachtige kruiden voor kruidenthee. Van meidoorn en rozebottels maak ik saus en ketchup. Paardenbloem en teunisbloemknoppen worden ingemaakt als kappertjes. De balsempopulierknoppen en arnicabloemen op olie worden gebruikt voor een genezende zalf.

De vergevingsgezindheid van de natuur emotioneert me telkens weer. Het maakt verschil wat we met onze tuinen en tuintjes doen. We hebben een verantwoordelijkheid. We moeten tuiniers van de aarde zijn.


 

 


 

donderdag 6 oktober 2022

SEPTEMBER

         

September

Vanaf mijn ontbijtplek kijk ik de tuin in. Het zachte september licht zet de tuin in een warme gele gloed. Het uitgedroogde gele gras van de dijkhelling in de verte kleurt goed bij de al herfstachtige tinten van de planten en bomen. Achter de dijk in de verte de bossen aan de overkant die als scherpe tandjes boven de dijk uitsteken.

De wind zet langzaam de tuin in beweging. Het geluid verplaatst zich van mij weg tot de wind uiteindelijk de bladeren van de grote populieren achter in de tuin bereikt en er een apotheose volgt die al het andere geritsel overstemd. Ik ga dichter bij de open tuindeur zitten. De wind streelt mijn blote armen en benen. Een gevoel van tevredenheid overvalt me. Het is september en het heeft geregend vannacht. Ik sluit mijn ogen en luister een tijdje. De wind gaat liggen en zwelt weer aan. Telkens geven de oude populieren het luide slot van het muziekstuk.

Ik loop de zon tegemoet, blijf even staan en laat de zon mijn huid verwarmen. Elke boom heeft haar eigen stem, met mijn ogen dicht probeer ik te luisteren welke boom iets wil vertellen. De wilg ritselt zachtjes, de populier ratelt er overheen en de els laat haar dorre blaadjes kraken. Zo te horen zijn ze gelukkig, het heeft geregend vannacht.

De geur van gistende appels vermengd zich met de lucht van gevallen zacht rottend blad. Vlinders verdringen zich op het rottende fruit onder de bomen.

In de groentetuin proef ik een tomaatje. Het harde zacht behaarde schilletje barst open  en het zoet-zure vruchtvlees vult mijn mond. Een bijtje met overvolle oranje nectarbolletjes aan haar pootjes bezoekt de laatste lila bloemetjes van de heilige basilicum. Mijn weg wordt versperd door een spinnenweb helemaal over het pad. Ik ga op mijn hurken zitten en bestudeer het kunstwerk. Aan de draden hangen minuscule druppeltjes. Aan de dikkere aanhechtingsdraden zijn de druppels groter dan aan de dunne draden middenin het web. Eke draad krijgt de druppel die het dragen kan. De kolibrivlinder hangt als een doodstille helikopter boven een plant, beweegt haar vleugeltjes zo snel dat ze onzichtbaar zijn en steekt haar lange neus kort in een bloem. Razendsnel scant ze alle bloemen van de plant en helicoptert geluidloos naar de volgende bloem. Het staccato gekraak van de cicade in de grote eik van de buren doet me denken aan de cigale en brengt me naar warme zomeravonden in het zuiden van Frankrijk.

Het schaap van de buren staat bij het hek, terwijl de rest van de kudde verderop graast.  Ik zeg hallo en na een welgemeend bèh zoekt ze haar vriendinnen weer op. Een libelle scheert over de vijver. Een kikkertje springt voor mijn voeten nog net op tijd de vijver in. Op mijn blote voeten in de vijver komen de kikkers na een tijdje om me heen liggen. Ze kijken naar me op alsof ze wachten op een verhaal.

Het gaat harder waaien. De zon verdwijnt achter donkere wolken. De verschillende tinten grijs van de wilgen en abelen passen in het kleurenpalet. Het begint eerst zachtjes te regenen, al snel roffelen de grote druppels op de capuchon van mijn regenjas. Ik kijk hoe de druppels zich verzamelen op een blad, naar beneden rollen en dankbaar opgezogen worden door de uitgedroogde aarde. Als het harder gaat regenen wil ik de tere stengels van de bloemen ondersteunen. Ze zijn niet gewend aan regen en dreigen te  bezwijken onder zoveel overdaad.

Een weldadige rust en opluchting komt over me. Niets heeft meer haast in de tuin. Eindelijk het is september en het regent.  



 

maandag 26 september 2022

Wijze bomen

Voor het eerst sinds ik een boek wil schrijven heb ik het idee dat het zou kunnen gaan lukken. Ik heb dat hele boek al jaren in mijn hoofd, maar worstel ook al jaren met de indeling. Wat komt waar en hoe pak ik dat aan? Ik denk dat mijn goede geheugen mij red van een chaotisch leven. Of heb ik een goed geheugen ontwikkelt omdat ik niet in staat ben om informatie doelmatig in mapjes op te bergen. Ik maak wel mapjes en maak aantekeningen in schriftjes. Vervolgens heb ik moeite om te bepalen wat waar in hoort. Alles heeft immers met alles te maken? Schema weer in de war, dus laat maar. 

Afgelopen vrijdag was ik op de open dag bij Pouwels, oude bouwmaterialen. Niet op zoek naar oude materialen, maar gewoon nieuwsgierig naar het bedrijf in een oude steenfabriek, prachtig gelegen in de uiterwaarden aan de Rijn, naast kasteel Doorwerth. Wat het meeste indruk heeft gemaakt is de lezing van boswachter Jeroen. Bij de zaailingen van de beuk is er altijd een bij die wat groter en steviger dan de rest. We hebben de neiging de grootste te laten staan omdat we die de meeste overlevingskans toe dichten. Maar de grootste is genetisch gezien niet de beste. De grootste heeft niet de genen om heel oud te worden. De grootste is er om de kleinere te ondersteunen en te helpen groeien. Als de kleinere beukjes groter worden zit de taak van de snel groeiende nakomeling er op en sterft. Boswachter Jeroen pleit voor kijken naar de intelligentie van de natuur. Alles wat we tot nu toe hebben bedacht om problemen in de natuur op te lossen, loopt niet goed af. De gevolgen van ingrijpen in de natuur zorgt weer voor nieuwe problemen. Laten we beter naar oplossingen gaan kijken die de natuur zelf ontwikkelt. 

Door het verhaal van Jeroen snap ik nu ook waarom de grote eikels uit Frankrijk niet ontkiemen in een potje. Vlaamse gaaien verstoppen per vogel 7000 eikels elk najaar voor de winter voorraad. De meeste eikels vergeten ze op te graven of laten ze bewust liggen. Om een eikel te laten ontkiemen is er een enzym nodig in de bodem. Dat enzym zit niet overal, vandaar dat we niet omkomen in de eiken. Ik had nog wel uren kunnen luisteren naar Jeroen. Gesteund voel ik me door het verhaal over de intelligentie van de natuur. Een onderwerp dat zeker aan bod gaat komen in mijn boek. Als ik woorden kan vinden om het te beschrijven. 




maandag 12 september 2022

Natuurlijke intelligentie (vervolg)

Het is niet echt een spannend vakantieverhaal maar ik besluit voor de schrijfclub een verhaal te schrijven over natuurlijke intelligentie. Ik schrijf dat ik op de fiets zit en voortdurend zoek naar voorbeelden van natuurlijke intelligentie. Ik wil zo graag gebieden vinden waar mensen de natuur durven toe te laten en samen een landschap te scheppen. Ik zie vooral veel krampachtig en gewelddadig ingrijpen waardoor natuurlijke processen verstoord worden en kansloos zijn. Verder maak ik een vergelijking met de mooie dooie tuin in Dongen en de minder mooie maar levende tuin in Randwijk. Waarbij de mooie dooie tuin in Dongen de natuur in Nederland moet voorstellen en de tuin in randwijk hoe het zou kunnen zijn.  Dat is in het kort de samenvatting.

Terwijl ik het verhaal voorlees voel ik het al. Het landt niet. Ik krijg het warm en benauwd. Een enkele keer overkomt het me bij een lezing dat het gene wat ik vertel te ver weg staat van de belevingswereld van de luisteraars. Bij een lezing kun je nog aanpassen, beetje naar je luisteraars toekomen. Een verhaal is geschreven, je moet doorlezen. Het verhaal was een totale mislukking. Verkeerd begin, de luisteraars niet meegenomen. Te negatief over de natuur in Nederland. 

Ik krijg aanwijzingen hoe ik het verhaal kan aanpassen. Hoe ik de lezer/luisteraar kan meenemen in het verhaal. Ik denk er een paar dagen over na. Dan besluit ik dat ik er geen mooi verhaal van kan maken. De natuur in Nederland is er heel slecht aan toe. Mensen die zeggen "Nederland is toch zo mooi" moeten bedenken dat de natuur in Nederland er net zo aan toe is als de dooie tuin in Dongen. Het ziet er aardig uit maar de biodiversiteit is nul. We vernielen massaal leefgebieden van dieren en planten en liggen er niet wakker van. Bovendien blijven we maar onderscheid maken tussen natuur en de rest van Nederland. Maar we zijn een eenheid. We moeten overal, voor alle stukjes land, water en lucht, goed voor zorgen en zuinig op zijn. Wij zijn ook onderdeel van het geheel. 

Ik lees "Een vlecht van heilig gras" van Robin Wall Kimmerer. Het hele boek staat vol voorbeelden van hoe destructief we zijn omgegaan met onze medebewoners (planten en dieren) en hun leefomgeving. Maar er is ook hoop. We kunnen ook weer nuttige wezens zijn en de planten en dieren helpen een schoner en mooier leefklimaat te ontwikkelen voor alle levende wezens. Robin noemt het niet zo maar heeft voortdurend voorbeelden van natuurlijke intelligentie. Voorbeelden van de manier waarop bepaalde planten en bomen meehelpen om gebieden te helen. 

Onderstaand een prachtige vergelijking die ze maakt tussen bosgrond en de bewerkte grond in onze tuinen.

`Bewerkte grond is de arme neef van bosaarde, net zoals een hamburger dat is van een bloeiend weiland met koeien, bijen, klaver, weidespreeuwen, bosmarmotten en alles wat het verbindt. Grond in een achtertuin is als gemalen vlees, voedzaam maar een homogene massa waarvan je niet meer kunt zien wat het geweest is. De mens maakt landbouwgrond door het te bewerken. Bosgrond vormt zichzelf door allerlei wederkerige processen` (Robin Wall Kimmerer)

De opdracht voor de volgende schrijfavond is: beschrijf je favoriete plek in Randwijk. Leuke opdracht. Maar ik ga zeker nog even terugkomen op natuurlijke intelligentie.