maandag 10 oktober 2022

 

EEN LEVENDE  TUIN

 

Zorgen om wormen

Als klein meisje zat ik al graag op mijn knietjes in de modder te wroeten. Ik vermoed dat er genoeg wormen in de bodem krioelden, want regelmatig kwam mijn moeder aanrennen om nog net te zien dat ik een worm naar binnen slobberde als een spaghettisliertje. In de jaren daarna heb ik me niet meer bezig gehouden met de worm. Ik heb me sowieso weinig bezig gehouden met diertjes in de bodem. Ik verdiepte me in de plantenwereld. Ik wist wel dat wormen goed zijn voor de grond, maar dat wormen één van de belangrijkste levensvormen op aarde zijn heb ik me nooit gerealiseerd.

Tot ik in september 2015 de gelukkige eigenaar/beheerder werd van een tuin van 5000m2 in de Betuwe. Het stuk grond achter het huis lag er kaal en stoppelig bij. Helemaal door mij in te vullen. Ik had grootse plannen met de tuin. Niet geremd door enige kennis van de bodem ging ik zo snel mogelijk aan de slag. Er moesten bomen komen, liefs een hele hoogstamboomgaard, vogelhagen, geneeskrachtige kruiden, een groentetuin, klein fruit en wilde eetbare planten. En natuurlijk moet de achtertuin een mooie tuin worden, aangenaam om in te verblijven voor mens en dier.

Na 22 jaar geworstel op klapzand was ik heel blij weer te kunnen tuinieren op klei. Voor de hoogstamfruitbomen moesten grote gaten gegraven worden. Achteraf realiseerde ik mij dat er toen totaal geen bodemleven te zien was. Pas toen de bomen niet groeiden begon ik mij af te vragen wat er aan de hand was. Na een aantal rondleidingen elders, een permacultuur weekend, een voedselboscursus en boeken lezen kwam ik tot de conclusie dat ik de bomen in de woestijn had geplant. Mijn tuin was een maisveld geweest, de meest mishandelde en uitgeputte dode grond die er blijkbaar is. Door monocultuur, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en diep ploegen was het bodemleven in mijn tuin totaal verdwenen.

Natuurlijke intelligentie

`Waar de worm verdwijnt, gaan samenlevingen te onder `: volgens Christopher Lloyd een bekende inmiddels overleden Engelse tuinman. De worm maakt de grond vruchtbaar en voorziet de bodem van zuurstof. Wormen eten compost, blad, kleine dode dieren en schimmels. Ze vermalen het voedsel tot een fijne pasta, die ze uitscheiden. Elke worm kan per jaar 4,5 kg uitwerpselen rijk aan fosfaat, kalium en stikstof produceren. Verder zorgen ze ervoor dat er zuurstof bij de wortels kan komen en de bodem niet verdicht. Wormen zijn ook een belangrijke voedselbron voor vogels en egels. Ik moest zorgen voor een wormvriendelijke omgeving om die ijverige spaghettisliertjes te lokken en de kleine samenleving waar ik woon te redden. Hoe wist ik nog niet.

Tijdens een cursus voedselbossen werd mij verzekerd dat je vooral niets moest doen. Aanplanten, een hangmat ophangen en alles de grond uitkijken. Dat vond ik geen aantrekkelijk vooruitzicht. Ik ben het liefst de hele dag buiten en werk graag in de tuin. Het idee achter een voedselbos, herstel van de bodem en biodiversiteit sprak me wel aan. Bovendien besefte ik dat ik een manier moest vinden om die 5000m2 in mijn eentje te beheren. Ik moest leren samenwerken met de natuur. Ik moest leren accepteren en respecteren dat de natuur vaak veel beter weet dan ik wat op welke plek hoort en welke planten en bomen en beestjes gedurende een periode elkaar nodig hebben. De intelligentie van de natuur moest ik niet verstoren. Ik moest een manier vinden om mijn plannen te combineren met wat mijn stukje aarde wilde worden. Ik wilde een manier vinden om zoveel mogelijk biodiversiteit mogelijk te maken en ook de door mij gewenste bomen, struiken en planten in de tuin te laten groeien.

De natuur als voorbeeld

Fietsend langs Betuwse wegen en onderwijl genietend van de bloemenshow in de bermen, bracht mij op het idee van concurrentie. In de bermen zie je geen monocultuur. Op één vierkante meter berm telde ik al snel veertien verschillende planten. Terug in mijn tuin kijk ik daar ook beter naar ieder stukje grond. Ook daar concurrentie. Of samenwerking? Zelfs zevenblad neemt geen dominerende rol in. Ik probeer het zevenblad niet weg te halen maar gebruik het als betrouwbare bodembedekker en plant er de planten die ik ook graag wil tussen. Want zevenblad is een heerlijke groente die ik veel eet in het voorjaar als er in de groentetuin nog weinig te beleven is. Anders naar planten kijken die we onkruid zijn gaan noemen. Ik heb geen onkruid in de tuin. Ik heb gezaaide planten en wilde planten die zelf hun plek kiezen. De meeste wilde planten groeien op plaatsen waar ze een taak hebben. Ze zorgen voor ontbrekende stoffen in de bodem. Wilde planten met lange wortels maken de bodem los. Ik moet leren samenleven met zogenaamde plaagdieren, slakken, luizen, woelmuizen. Door niet in te grijpen zorg ik ervoor dat ik natuurlijke vijanden naar mijn tuin kan lokken.

Opnieuw begonnen

Alles wat ik ooit leerde over tuinieren, behalve plantennamen, heb ik overboord gegooid. Ik ben opnieuw begonnen met ontdekken, leren wat wel of niet werkt en wat iets toevoegt aan de biodiversiteit. Met zorg voor de natuur probeer ik mijn stukje aarde te beheren rekening houdend met alles wat leeft. Het levert vaak hoofdbrekens en gepieker op wat wel of niet in de tuin past. In de plantenkeuze kun je veel verschil maken voor vlinders, bijen, zweefvliegen, vogels. Ook onderhoud of liever gezegd geen onderhoud levert een bijdrage. Het lange gras zit vol krekels en andere beestjes, die laat ik met rust. Op de graspaden maai ik heel voorzichtig omdat er vaak kikkertjes springen op ontdekkingsreis door de tuin.

Na 7 jaar

Ik heb de samenleving waar ik woon gered van de ondergang. De wormen zijn teruggekomen in de bodem. De fruitbomen groeien en hebben veel fruit gegeven. De bessenstruiken, druiven, vijgen, mispels, kastanjes geven gul. In de vijver verdringen de kikkers zich op de waterleliebladeren. De hele tuin zoemt, fladdert en leeft. Hoewel ik hem of haar liever niet tegenkom ben ik wel trots dat een ringslang mijn tuin als standplaats heeft uitgekozen. Het is een helende tuin geworden voor alles wat leeft. Voor mij als herborist is de tuin ook mijn helende werkplaats. Ik pluk en droog voor het hele jaar geneeskrachtige kruiden voor kruidenthee. Van meidoorn en rozebottels maak ik saus en ketchup. Paardenbloem en teunisbloemknoppen worden ingemaakt als kappertjes. De balsempopulierknoppen en arnicabloemen op olie worden gebruikt voor een genezende zalf.

De vergevingsgezindheid van de natuur emotioneert me telkens weer. Het maakt verschil wat we met onze tuinen en tuintjes doen. We hebben een verantwoordelijkheid. We moeten tuiniers van de aarde zijn.


 

 


 

donderdag 6 oktober 2022

SEPTEMBER

         

September

Vanaf mijn ontbijtplek kijk ik de tuin in. Het zachte september licht zet de tuin in een warme gele gloed. Het uitgedroogde gele gras van de dijkhelling in de verte kleurt goed bij de al herfstachtige tinten van de planten en bomen. Achter de dijk in de verte de bossen aan de overkant die als scherpe tandjes boven de dijk uitsteken.

De wind zet langzaam de tuin in beweging. Het geluid verplaatst zich van mij weg tot de wind uiteindelijk de bladeren van de grote populieren achter in de tuin bereikt en er een apotheose volgt die al het andere geritsel overstemd. Ik ga dichter bij de open tuindeur zitten. De wind streelt mijn blote armen en benen. Een gevoel van tevredenheid overvalt me. Het is september en het heeft geregend vannacht. Ik sluit mijn ogen en luister een tijdje. De wind gaat liggen en zwelt weer aan. Telkens geven de oude populieren het luide slot van het muziekstuk.

Ik loop de zon tegemoet, blijf even staan en laat de zon mijn huid verwarmen. Elke boom heeft haar eigen stem, met mijn ogen dicht probeer ik te luisteren welke boom iets wil vertellen. De wilg ritselt zachtjes, de populier ratelt er overheen en de els laat haar dorre blaadjes kraken. Zo te horen zijn ze gelukkig, het heeft geregend vannacht.

De geur van gistende appels vermengd zich met de lucht van gevallen zacht rottend blad. Vlinders verdringen zich op het rottende fruit onder de bomen.

In de groentetuin proef ik een tomaatje. Het harde zacht behaarde schilletje barst open  en het zoet-zure vruchtvlees vult mijn mond. Een bijtje met overvolle oranje nectarbolletjes aan haar pootjes bezoekt de laatste lila bloemetjes van de heilige basilicum. Mijn weg wordt versperd door een spinnenweb helemaal over het pad. Ik ga op mijn hurken zitten en bestudeer het kunstwerk. Aan de draden hangen minuscule druppeltjes. Aan de dikkere aanhechtingsdraden zijn de druppels groter dan aan de dunne draden middenin het web. Eke draad krijgt de druppel die het dragen kan. De kolibrivlinder hangt als een doodstille helikopter boven een plant, beweegt haar vleugeltjes zo snel dat ze onzichtbaar zijn en steekt haar lange neus kort in een bloem. Razendsnel scant ze alle bloemen van de plant en helicoptert geluidloos naar de volgende bloem. Het staccato gekraak van de cicade in de grote eik van de buren doet me denken aan de cigale en brengt me naar warme zomeravonden in het zuiden van Frankrijk.

Het schaap van de buren staat bij het hek, terwijl de rest van de kudde verderop graast.  Ik zeg hallo en na een welgemeend bèh zoekt ze haar vriendinnen weer op. Een libelle scheert over de vijver. Een kikkertje springt voor mijn voeten nog net op tijd de vijver in. Op mijn blote voeten in de vijver komen de kikkers na een tijdje om me heen liggen. Ze kijken naar me op alsof ze wachten op een verhaal.

Het gaat harder waaien. De zon verdwijnt achter donkere wolken. De verschillende tinten grijs van de wilgen en abelen passen in het kleurenpalet. Het begint eerst zachtjes te regenen, al snel roffelen de grote druppels op de capuchon van mijn regenjas. Ik kijk hoe de druppels zich verzamelen op een blad, naar beneden rollen en dankbaar opgezogen worden door de uitgedroogde aarde. Als het harder gaat regenen wil ik de tere stengels van de bloemen ondersteunen. Ze zijn niet gewend aan regen en dreigen te  bezwijken onder zoveel overdaad.

Een weldadige rust en opluchting komt over me. Niets heeft meer haast in de tuin. Eindelijk het is september en het regent.  



 

maandag 26 september 2022

Wijze bomen

Voor het eerst sinds ik een boek wil schrijven heb ik het idee dat het zou kunnen gaan lukken. Ik heb dat hele boek al jaren in mijn hoofd, maar worstel ook al jaren met de indeling. Wat komt waar en hoe pak ik dat aan? Ik denk dat mijn goede geheugen mij red van een chaotisch leven. Of heb ik een goed geheugen ontwikkelt omdat ik niet in staat ben om informatie doelmatig in mapjes op te bergen. Ik maak wel mapjes en maak aantekeningen in schriftjes. Vervolgens heb ik moeite om te bepalen wat waar in hoort. Alles heeft immers met alles te maken? Schema weer in de war, dus laat maar. 

Afgelopen vrijdag was ik op de open dag bij Pouwels, oude bouwmaterialen. Niet op zoek naar oude materialen, maar gewoon nieuwsgierig naar het bedrijf in een oude steenfabriek, prachtig gelegen in de uiterwaarden aan de Rijn, naast kasteel Doorwerth. Wat het meeste indruk heeft gemaakt is de lezing van boswachter Jeroen. Bij de zaailingen van de beuk is er altijd een bij die wat groter en steviger dan de rest. We hebben de neiging de grootste te laten staan omdat we die de meeste overlevingskans toe dichten. Maar de grootste is genetisch gezien niet de beste. De grootste heeft niet de genen om heel oud te worden. De grootste is er om de kleinere te ondersteunen en te helpen groeien. Als de kleinere beukjes groter worden zit de taak van de snel groeiende nakomeling er op en sterft. Boswachter Jeroen pleit voor kijken naar de intelligentie van de natuur. Alles wat we tot nu toe hebben bedacht om problemen in de natuur op te lossen, loopt niet goed af. De gevolgen van ingrijpen in de natuur zorgt weer voor nieuwe problemen. Laten we beter naar oplossingen gaan kijken die de natuur zelf ontwikkelt. 

Door het verhaal van Jeroen snap ik nu ook waarom de grote eikels uit Frankrijk niet ontkiemen in een potje. Vlaamse gaaien verstoppen per vogel 7000 eikels elk najaar voor de winter voorraad. De meeste eikels vergeten ze op te graven of laten ze bewust liggen. Om een eikel te laten ontkiemen is er een enzym nodig in de bodem. Dat enzym zit niet overal, vandaar dat we niet omkomen in de eiken. Ik had nog wel uren kunnen luisteren naar Jeroen. Gesteund voel ik me door het verhaal over de intelligentie van de natuur. Een onderwerp dat zeker aan bod gaat komen in mijn boek. Als ik woorden kan vinden om het te beschrijven. 




maandag 12 september 2022

Natuurlijke intelligentie (vervolg)

Het is niet echt een spannend vakantieverhaal maar ik besluit voor de schrijfclub een verhaal te schrijven over natuurlijke intelligentie. Ik schrijf dat ik op de fiets zit en voortdurend zoek naar voorbeelden van natuurlijke intelligentie. Ik wil zo graag gebieden vinden waar mensen de natuur durven toe te laten en samen een landschap te scheppen. Ik zie vooral veel krampachtig en gewelddadig ingrijpen waardoor natuurlijke processen verstoord worden en kansloos zijn. Verder maak ik een vergelijking met de mooie dooie tuin in Dongen en de minder mooie maar levende tuin in Randwijk. Waarbij de mooie dooie tuin in Dongen de natuur in Nederland moet voorstellen en de tuin in randwijk hoe het zou kunnen zijn.  Dat is in het kort de samenvatting.

Terwijl ik het verhaal voorlees voel ik het al. Het landt niet. Ik krijg het warm en benauwd. Een enkele keer overkomt het me bij een lezing dat het gene wat ik vertel te ver weg staat van de belevingswereld van de luisteraars. Bij een lezing kun je nog aanpassen, beetje naar je luisteraars toekomen. Een verhaal is geschreven, je moet doorlezen. Het verhaal was een totale mislukking. Verkeerd begin, de luisteraars niet meegenomen. Te negatief over de natuur in Nederland. 

Ik krijg aanwijzingen hoe ik het verhaal kan aanpassen. Hoe ik de lezer/luisteraar kan meenemen in het verhaal. Ik denk er een paar dagen over na. Dan besluit ik dat ik er geen mooi verhaal van kan maken. De natuur in Nederland is er heel slecht aan toe. Mensen die zeggen "Nederland is toch zo mooi" moeten bedenken dat de natuur in Nederland er net zo aan toe is als de dooie tuin in Dongen. Het ziet er aardig uit maar de biodiversiteit is nul. We vernielen massaal leefgebieden van dieren en planten en liggen er niet wakker van. Bovendien blijven we maar onderscheid maken tussen natuur en de rest van Nederland. Maar we zijn een eenheid. We moeten overal, voor alle stukjes land, water en lucht, goed voor zorgen en zuinig op zijn. Wij zijn ook onderdeel van het geheel. 

Ik lees "Een vlecht van heilig gras" van Robin Wall Kimmerer. Het hele boek staat vol voorbeelden van hoe destructief we zijn omgegaan met onze medebewoners (planten en dieren) en hun leefomgeving. Maar er is ook hoop. We kunnen ook weer nuttige wezens zijn en de planten en dieren helpen een schoner en mooier leefklimaat te ontwikkelen voor alle levende wezens. Robin noemt het niet zo maar heeft voortdurend voorbeelden van natuurlijke intelligentie. Voorbeelden van de manier waarop bepaalde planten en bomen meehelpen om gebieden te helen. 

Onderstaand een prachtige vergelijking die ze maakt tussen bosgrond en de bewerkte grond in onze tuinen.

`Bewerkte grond is de arme neef van bosaarde, net zoals een hamburger dat is van een bloeiend weiland met koeien, bijen, klaver, weidespreeuwen, bosmarmotten en alles wat het verbindt. Grond in een achtertuin is als gemalen vlees, voedzaam maar een homogene massa waarvan je niet meer kunt zien wat het geweest is. De mens maakt landbouwgrond door het te bewerken. Bosgrond vormt zichzelf door allerlei wederkerige processen` (Robin Wall Kimmerer)

De opdracht voor de volgende schrijfavond is: beschrijf je favoriete plek in Randwijk. Leuke opdracht. Maar ik ga zeker nog even terugkomen op natuurlijke intelligentie. 








maandag 22 augustus 2022

Natuurlijke intelligentie

 Ik heb een weekje gefietst en gekampeerd in Nederland. Ik heb 400 km afgelegd en door veel verschillende landschappen gefietst. Sinds ik een tuin heb aangelegd met aandacht voor de natuur en me verdiep in de natuur kijk ik anders naar het landschap. Heel vaak denk ik; het kan beter. Het is te netjes te keurig, teveel wat zouden de buren wel niet zeggen. Dat geeft een doods landschap.

Ik kom in de stromende regen aan op een camping in Dongen. Regen op de fiets is niet erg als je maar droge kleren in je tas hebt. De camping ziet er op het eerste gezicht gezellig uit. Mooie ruimtes waar je droog kunt zitten en veel bloemen. Hier woont iemand met groene vingers. Grote geraniumtorens, een keurig aangeharkte kas met zorgvuldig geschoffelde aarde. Ik loop rond en het raakt me niet. 

Als ik thuis kom kan ik er pas de vinger op leggen. Op de camping in Dongen fladderde en zoemde er niets. Het is een dode tuin.

Ik verheug me enorm op thuiskomen en moet me bedwingen om eerst mijn lief gedag te zeggen en dan pas een rondje te maken in de tuin. Enigszins teleurgesteld loop ik rond, het lijkt wel herfst, er is al zoveel bruin. Ik maak mijn ronde af en bedenk me ineens dat mijn tuin er niet is om mooi te zijn. Het mag wel mooi zijn en dat is het ook meestal, maar dat is niet het doel. Mijn tuin is er om het leven een kans te geven, natuurlijke intelligentie, levenskracht te bevorderen. Als ik beter kijk zie ik ineens wel hoe mooi het is. De hele tuin zindert, fladdert en kwaakt van leven. 

In een fascinerende Belgische podcast spreekt Leen Gorissen over natuurlijke intelligentie. Het laat me niet meer los. De natuur ontwerpt, produceert en innoveert al 3.8 miljard jaar . Laten we de natuur als voorbeeld nemen om de enorme problemen waar we voor staan op te lossen. We moeten proberen te werken zoals leven werkt zonder uitputting, vervuiling en degeneratie. Leen waarschuwt voor het teveel inzetten van AI. We vertrouwen teveel op AI voor het oplossen van onze problemen. AI bouwt op de visie dat de wereld een machine is en niet een zelf denkend mechanisme. 

Rewilden

Laten we beginnen in onze tuinen, laten we ons afvragen hoe zou de natuur dat doen? We moeten rewilden. We moeten af van netheid en orde. Schijnbare chaos is wat de natuur het liefste wil. Wat wil dit landschap of deze tuin worden? Dat klinkt vergezocht vanuit onze westerse denkwijze. Als je het bekijkt vanuit de taal van de oorspronkelijke bewoners van Amerika dan is het landschap een hij of een zij. (Alleen dingen die door mensen gemaakt zijn, zijn een het) Als landschap een persoon is, is het normaal om te vragen wat zij of hij wil worden. Een nette tuin is in dit geval wel een het. 

De natuur en een tuin willen in ieder geval geen kale monocultuur van zo kort mogelijk gras en hortensia's worden. Zij willen weelderig kunnen groeien, de bodem bedekken en problemen oplossen. Dat is het minste wat je voor je tuin kunt doen. De aarde in staat stellen haar problemen op te lossen, door bepaalde plantengroei toe te staan. 

Ik fiets langs een heideveld, Nee, dat is geen natuur dat is cultuur door de mens gemaakt en vaak kunstmatig in stand gehouden. Tot mijn grote vreugde zie ik een groot gedeelte van de heide al begroeid met berkenbomen. De berkenbomen zijn de pioniers, ze maken de bodem vruchtbaar voor de eiken, beuken en andere loofbomen. Dat is natuurlijke intelligentie. 


  

maandag 25 juli 2022

Welke natuur?

Ik ben vrienden-op-de-fietsadres. Bijna alle gasten maken een rondje door mijn tuin. Allemaal ervaren ze iets bijzonders in de tuin. Dat ligt niet alleen aan mijn tuin, dat is wat groen met ons doet. We hebben de natuur nodig om te leven. En misschien ligt het ook wel aan hoe ik met het stukje aarde omga waar ik tijdelijk enigszins invloed op kan uitoefenen. Ik probeer begeleidend te tuinieren. Ik probeer de voorwaarden te scheppen zodat de natuur kan groeien.  

Het probleem is dat we allemaal iets anders bedoelen met natuur. In het NRC lees ik over inwoners van Stroe. Gelovige mensen die de overtuiging hebben dat wij de natuur moeten beheren. Maar welke natuur? De dominee in conflict met de boswachter. De dominee vindt dat de dode, omgevallen bomen uit het bos gehaald moeten worden. Het ziet er niet uit die "rommel" moet weg.  De boswachter zet uiteen dat het hout wordt opgeruimd door duizenden diertjes. Dood hout is goed voor de biodiversiteit. 

Hoe ver moeten we terug in de tijd om te bepalen wat hier "hoort" en wat niet. Op de gezellige straat barbecue vertel ik dat ik een slang in mijn tuin heb. Een grote slang, zonder overdrijven zeker 1.20 m. Ongelovige blikken en de opmerking dat een slang hier niet hoort. Ik heb altijd de neiging om te antwoorden: Er is maar 1 soort die hier niet hoort en dat zijn wij, mensen. Maar ik wil graag vrienden blijven met mijn aardige mede straatbewoners. Later bedenk ik dat de meeste bewoners niet bang hoeven te zijn dat er een slang in hun tuin komt wonen. Je moet wel eerst zorgen dat er een biotoop is waar de slang kan leven. Een droog en een nat gedeelte en veel ruigte en schuilplaatsen. Ik vind het fantastisch om een tuin te hebben waar zoveel dieren een plaats hebben gevonden om te leven. Het is zo leuk om te experimenteren met een stukje aarde en kijken wat er gebeurt als je zo min mogelijk ingrijpt. Zo jammer dat te weinig mensen op die manier kijken naar hun stukje grond. Of zouden mensen alleen bij iemand anders kunnen genieten van een wilde tuin? En in de eigen tuin uit angst dat het uit de hand loopt, alles netjes binnen de perkjes houden. 


zondag 19 juni 2022

Van niets naar iets

 Gisterenochtend weer, een sinds 4 jaar terugkerende bijeenkomst met de van "niets naar iets groep". Elk jaar bezoeken we een van de deelnemers. De van "niets naar iets" groep is een initiatief van Dirk uit Zetten, in samenwerking met het Gelders landschap. Dirk is 40 jaar geleden tegen alle trends in begonnen met een experiment. Wat gebeurt er met een hectare grond als ik probeer hier een divers stuk natuur van te maken. Dirk heeft alles bijgehouden in al die jaren en daarmee iets neergezet van onschatbare waarde. Dat Dirk begonnen is met contact te zoeken met meer mensen die bezig zijn van "niets iets" (in samenwerking met de natuur) te maken, daar ben ik hem heel dankbaar voor. De van "niets naar iets" groep  zijn hele positieve mensen. Ze zijn bezig met herstellen van schade. Schade die ontstaan is en ontstaat door onze manier van leven. Iedere deelnemer van de groep heeft zijn of haar speerpunten en samen leren we van elkaar. Samen geloof ik weer in een beter en mooier Nederland. Een Nederland waar een boer weer boer kan zijn, geen fabriekseigenaar en fatsoenlijk betaald wordt voor een prachtig biologisch product. Een Nederland waar planten en dieren net zo belangrijk zijn als mensen. Van de deelnemers hoor ik over mooie initiatieven in samenwerking met boeren. Iets van mijn wanhoop van de laatste weken verdwijnt. Mijn wanhoop over de ellende van boeren. We kunnen boeren niet de schuld geven en zelf blijven leven zoals we doen. Ik hoorde op de radio dat de biologische boeren hun iets duurdere producten vaak tegen gewone prijzen moeten verkopen omdat er te weinig vraag is?

Een paar mensen uit de groep kopen stukje grond en gaan aan de slag met "het maken van Natuur". Het scheppen van de voorwaarden, zodat natuur kan ontstaan. Van een andere deelnemer hoor ik dat er veel mensen op zoek zijn naar stukken grond om "natuur te scheppen". Net als ik starten deze mensen vanuit een andere positie dan boeren. We hoeven er niet van te leven en kunnen naar hartenlust uitzoeken wat de natuur wil en doet. Maar deze kleine oases in de groene woestijn helpen voor de biodiversiteit.

Gisteren kregen we een rondleiding in de park. Een pocketpark in park Lingezegen waar een groep vrijwilligers begonnen is met een voedselbos. Het is een interessant experiment omdat ze op hele slechte grond begonnen zijn en zo min mogelijk willen ingrijpen. De natuur moet het zelf gaan oplossen om de bodem te verbeteren. Dit heeft een lange adem nodig. Dit is het zevende jaar en nu beginnen de bomen te groeien. Op sommige plaatsen is het nog steeds kwarren. 

Een ander deelnemer weet veel van vogels. Hij vertelt dat er vlak bij mij een kwartelkoning in de uiterwaarden zit. Het geluid lijkt op een kammetje dat je over de tafel schuurt? Ik kon me er nog niets bij voorstellen. Maar vanmorgen werd ik vroeg even wakker en ik denk dat ik de kwartelkoning gehoord heb. Ik sla alle nieuws in de krant vanmorgen over en lees het verhaal van de natuur inclusieve boer. Uit onderzoek blijkt 60 tot 70% van de boeren willen naar een duurzamer systeem. Hoe dat gerealiseerd moet worden zal iedereen weer anders over denken.

Laten wij, de consument in ieder geval kiezen voor biologische producten, bij voorkeur rechtstreeks van de boer.


Niet alleen voor onze eigen gezondheid maar ook voor de natuur.