"Waar gaat de reis naartoe?": een campinggast spreekt me aan. Ik sta op het punt om te vertrekken, mijn fiets bepakt, alleen nog mijn bidons vullen. Mijn antwoord laat een verwonderde blik verschijnen op het gelaat van de sympathieke kampeerder. "Ik weet het niet, ik fiets naar het Noorden. De hele dag straffe tegenwind en dan kijk ik tegen een uur of vijf wel waar ik ben""; is mijn antwoord. Ik heb van mijn gebrek een avontuur gemaakt. Ik dwaal en maak daar een leuke tocht van. Als ik achteraf op de kaart kijk is er geen rechte lijn te zien van mijn fietstocht. Kris kras dwaal ik door het land en gedraag me als toerist. Verdwalen klinkt vervelend, dwalen klinkt avontuurlijk. Ik verdwaal niet, ik dwaal en daar geniet ik enorm van.
Ik kan nooit ergens de weg vinden, raak totaal in paniek van Google maps en moet goed opletten dat ik na de lunch in de juiste richting verder ga in plaats van terug te fietsen. Wanhopig werd ik ervan. Om te voorkomen dat ik de lol in fietsen en vooral in fietskamperen zou verliezen ben ik gaan omdenken. Ik hoef nergens te komen, bijna alles is goed. Mijn trouwste bondgenoot zijn de wind en de zon op onbewolkte dagen. Dat werkt voor mij het best. Wel heb ik elke dag twee lastige uurtjes. Ik moet namelijk elke dag boodschappen doen en een camping vinden. Eerst de winkel en daarna een camping op maximaal een half uur fietsen. Dat lukt in Nederland bijna altijd. Tenminste als ik de camping direct kan vinden. Om een winkel te vinden let ik goed op. Ik volg de hoofdstroom auto's, dan ga ik letten op mensen met tassen. Volle tassen als tegenliggers, ik fiets in de goede richting, lege tassen in de achtervolging. Ik word er steeds beter in. Dit jaar geen problemen met een winkel vinden. Dan de camping. Als ik de boodschappen heb, kijk ik op google en zoek een camping uit. Nieuw dit jaar, ik bel even of er plaats is. Het is tenslotte hoogseizoen. Voor een klein trekkerstentje is er altijd plaats is mijn ervaring, maar het stelt me gerust als ik nog lang aan het zoeken ben. Dan weet ik, het komt goed, ooit ga ik die camping vinden en ik ben welkom.
Meestal kom ik er met google maps niet uit en zoek ik hulp. Elke dag is er wel een engel die me de weg wijst. Mensen fietsen mee, lopen mee, echt doen hun uiterste best om me te helpen. Hartverwarmend. Dan is het meestal geen half uur rondfietsen met de boodschappen maar een uur of anderhalf uur voor ik op de camping ben. Als de tent staat, bedje opgemaakt, douchen en eten gekookt, overvalt me zo'n heerlijk gevoel. Dan ben ik de wanhoop, die ik af en toe voel na een vermoeiend dag in de hitte op zoek naar een camping, snel vergeten. Morgen weer een dag.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten