woensdag 12 november 2025

eenzaam

Tijdens een congres over communiceren met de natuur, waarover later in een blog, is er een inspirerend intermezzo. Een psycholoog/cabaretier komt vertellen over hoe je in gesprek komt met je naaste. In de trein heeft iedereen oortjes in of een koptelefoon op. De psycholoog trekt zich er niets van aan, hij begint een praatje. Wat blijkt? Mensen willen helemaal niet afgesloten zijn. Bijna iedereen wil graag even praten. heel vaak wordt het heel gezellig in de coupe. Ook hij aarzelt om iemand met zichtbare tattoos aan te spreken. Ook dat vooroordeel kan de prullenbak in. We willen allemaal verbonden zijn en gezien worden. In Arnhem vinden op de begraafplaats Moscowa elk jaar 100 begrafenissen plaats waarbij niemand komt. Stadsdichter Jesse Laport heeft in opdracht van de gemeente een boekje met gedichten gemaakt met als titel:  "Misschien liep je mij voorbij" om voor te dragen bij deze begrafenissen. 

Honderd uitvaarten alleen al in Arnhem van mensen die blijkbaar niemand als hun naasten kunnen beschouwen. Ik schrik wel van het aantal. Toch geloof ik niet dat je persee kunt zeggen dat alle mensen die een eenzame begrafenis hebben eenzaam geweest zijn. Ongeveer de helft van de Nederlanders is eenzaam volgens onderzoek. Dit zijn echt niet allemaal mensen die weinig contacten hebben. Ik heb het van dichtbij meegemaakt. Mijn tante, een leuke, intelligente vrouw is nooit getrouwd geweest. Ze had ook niet veel vriendinnen. Ze woonde in hetzelfde dorp als mijn moeder. Als ik mijn moeder opzocht ging ik ook (liever) naar mijn tante. Ik vroeg haar een keer of ze eenzaam was. Ze keek me verbaasd aan. Eenzaam? Nee hoor. Ik ben veel alleen, maar dat vind ik heerlijk. Lekker mijn eigen dingen doen, ik verveel me nooit. 

Mijn moeders leven is gestopt sinds mijn vader is gestorven in 2000. Sinds die tijd zuchtte ze bij elk bezoek wel een keer. Ja, maar ik ben wel alleen. Ze had veel vriendinnen en kennissen. Ook haar kinderen en kleinkinderen bezochten haar elke week. Ze had een beste vriendin die kwam elke dag. Mijn moeder was eenzaam.

Eenzaamheid zit niet in weinig contacten hebben. Eenzaamheid is denk ik je niet thuis en verbonden voelen. Hoe je eenzaamheid kunt oplossen zou ik niet kunnen uitleggen. Maar ik denk dat je het zelf moet doen. Wat wel enorm helpt is als iedereen elkaar weer gaat aanspreken in de trein. 



zaterdag 4 oktober 2025

Boominee

 "Plant geen bomen meer": Joost Verhagen.

 In het dagelijks leven adviseert hij gemeenten en provincies op het gebied van klimaat aanpassing, biodiversiteit en gezondheid. Bomen zijn daarbij de groene ruggengraat, zegt hij. "Van bomen in onze buurt worden we gelukkiger".

Hij heeft de erenaam boominee gekregen omdat zijn kantoor gevestigd is in een verbouwde kerk. Als ik hem op de radio in het programma Nieuwsweekend hoor, noemt hij tussen neus en lippen door de 3, 30, 300 regel. Gelukkig hebben de presentatoren er ook nog nooit van gehoord. Joost legt uit dat het een regel is van professor Cecil Konijnendijk, een internationale vuistregel voor stedelijke vergroening. Vanuit elk huis moeten er drie grote bomen zichtbaar zijn, 30% van een buurt moet bedekt zijn met boomkruinbedekking en elke bewoner moet binnen 300 m van hun huis toegang hebben tot groen, zoals park of bos. De regel is gebaseerd op uitgebreid onderzoek naar de voordelen van groen. De 3. 30, 300 honderd regel is het absolute minimum meent Joost. We hebben groen heel hard nodig, niet alleen voor het klimaat maar ook voor onze fysieke en mentale gezondheid. 

Als de politiek roept dat we 10.000 bomen gaan planten dan is dat een ongenuanceerde uitspraak goede sier maken. Waarom ga je de bomen planten, waar ga je bomen planten en hoe lang kunnen ze daar blijven staan? Bomen planten is over je eigen graf heen regeren, een boom wordt namelijk pas na 35 jaar CO2 neutraal. De gemiddelde stadsboom wordt maar 35 jaar. Dan is de straat weer toe aan een nieuw wegdek, nieuw riool of andere indeling en sneuvelen vaak de bomen. We planten wel nieuwe, maar dat kost veel CO2. Dat begint al op de kwekerij, het verplanten, het vervoer. Bovendien vangt een oude boom veel meer CO2 af dan een jonge boom. 

Helaas stonden er in mijn tuin bijna geen bomen toen ik hier kwam wonen. Alleen een paar oude taxussen, een appel en een peer. De meeste bomen in mijn tuin zijn 10 jaar geleden geplant. Volgens Joost kunnen eiken en taxussen wel 1000 jaar oud worden. Die taxussen daar ben ik nu nog zuiniger op.  



Knarrenhof?

We hebben het er wel eens over in Randwijk. Zou dat wat zijn later, een knarrenhof en hoe zouden we dat aanpakken. Afgelopen week heb ik ervaren hoe fijn het is om mensen in de buurt te hebben die naar je omkijken en hulp bieden als het nodig is. Ik heb de hele week misselijk op de bank gelegen met een emmer in de buurt. Draaiduizeligheid, een bekende kwaal maar meestal is het na 1 of 2 dagen wel over. Dit keer duurde het een week. Ik was alleen thuis, vanwege ernstige fernweh van mijn lief. Hij is drie weken op trektocht door Italië. 

Toen mijn Randwijkse vriendin eenmaal in de gaten had dat ik nogal hulpeloos en ellendig op de bank lag, kwam ze elke dag even kijken, of ze iets kon doen en een praatje maken. Hartverwarmend. Mijn knarrenhof toekomst wankelt wel ineens nadat ik afgelopen week H. heb gesproken. Ze belde voor een advies over haar huid. Ze is een dierbare goede bekende die in een woongemeenschap woont in Lent. In de woongemeenschap, die al zeker 10 jaar bestaat, heeft iedereen een eigen huis of appartement. Er is een grote gemeenschappelijke ruimte met een keuken, een zaal, studeer, logeerkamers en een gemeenschappelijk autovrij terrein. Als ik daar kom zijn er altijd spelende kinderen, ouders zitten op een boom in de zon te kijken. Er zullen vast ook wel strubbelingen zijn, maar het ziet er uit alsof het heel fijn wonen is. Een van de uitgangspunten van de woongemeenschap is altijd geweest, van 0 tot 100. Waarbij ik van dichtbij heb gezien dat er voor elkaar gezorgd wordt als het nodig is.

H. en ik zijn allebei nogal positief over de toekomst omdat we dat zien als onze plicht. Er zijn zoveel mooie initiatieven. Ik vertel over mijn bezoek aan de groenmarkt en over het gesprek met een groep die al ver gevorderde plannen heeft voor een longhouse. Een lang gebouw met plaats voor woningen voor meerdere generaties. H. is direct enthousiast. Ik vraag aan H. die in augustus 80 jaar is geworden of ze iets zou voelen voor een knarrenhof. Dat zou snel mijn dood worden roept ze verontwaardigd: "Natuurlijk erger ik me wel eens aan kindergeschreeuw, rondslingerende fietsjes, herhalende discussies maar dat hoort erbij, zo is het leven. Het mooie is dat ik me ook weer een beetje oma voel als er een baby wordt geboren." 

Vanmiddag op de radio hoor ik een vraaggesprek met Yort Kelder en Eveline Crone hoogleraar neurowetenschapper en schrijfster van boeken als : Het puberende brein en 1 dag in ons brein. Ze benadrukt dat het goed is voor je hersenen om uit je bubble te komen. Omring je vooral niet met mensen die het met je eens zijn. Blijf in gesprek met mensen met andere denkbeelden en van allerlei leeftijden. Het schrijven van dit bericht werd onderbroken door een Randwijkse vriend, die komt kijken hoe het met me is. In Randwijk lukt het om voor elkaar te zorgen, zonder knarrenhof.  

woensdag 24 september 2025

De Plant "ontluikend leven"

Met de schrijfclub doen we mee met een Wageningse actie. Schrijf iets over een Wagenings kunstwerk. Alle verhalen worden verzameld en tentoongesteld in het stadhuis.

Ik wist direct dat het "De plant" van Huub Kortekaas moest zijn. Het beeld staat op een prachtige open plek in het arboretum op de Wageningse berg.


De Plant - Huub Kortekaas

Toen ik het beeld voor de eerste keer zag, bleef ik stokstijf staan. In het arboretum loop ik doorgaans met het hoofd schuin naar beneden planten te kijken en naambordjes te bestuderen. Als ik tegen dat enorme beeld aanloop gaat mijn blik omhoog. Het is van een verbazingwekkende eenvoud. Het beeld maakt de open plek compleet. Het is op een bepaalde manier ook onopvallend. Ik kan er ook langs lopen zonder dat ik het gezien heb. Maar als ik het opmerk zie ik meer dan het beeld. Het beeld is een verhaal geworden. Een verhaal dat ik meedraag tot op de dag van vandaag. 

Zondag 19 juni 2016 was ik in de tempelhof in Winssen, het huis en de tuin van Adelheid en Huub Kortekaas. Het kunstenaarsduo gaf uitleg over hun wereldwijde project, met als onderwerp de mens als unieke zaailing: "Welke bloem ben jij?' Adelheid en Huub zijn in mei 2015 begonnen met de "uitzaai" van 99.999 papieren mensbloemen volgeschreven met teksten in 11 talen als wake-upcall om ons wereldwijd te verbinden en te inspireren tot een meer duurzame en vredige wereld. Het hele weekend op de tempelhof stond in het teken van female energy; dansen, lezingen en tai chi. Voor mij was het een euforische dag, een groot feest met mooie, blije mensen in zomerse, kleurige kleren. Een dag om te geloven in wereldvrede en in de goedheid van mensen. Een dag waarop ik dacht, dat moet toch iets veranderen, de verspreiding van de papieren mensbloemen met mooie boodschappen en al die mensen die na het feest geïnspireerd en vol positieve vrouwelijke energie terug gaan naar hun eigen omgeving, Een dag waarop mensen deelden hoe zij de wereld een beetje mooier maken in hun straat, buurt, dorp, stad. Een dag waarop ik besef dat ik ook een unieke zaailing ben, die nog niet weet welke bloem ze zal kunnen worden. 


In juni 2016 was ik nogal optimistisch en positief. Wereldvrede lijkt nu verder weg dan ooit en ook een duurzame wereld is op dit moment geen prioriteit bij wereldleiders. Het is wel belangrijk optimistisch te blijven, Pessimisme  zorgt ervoor dat je het opgeeft. Er gebeuren ook zoveel mooie dingen. Afgelopen weekend weer een heel groen weekend gehad. Zoveel mensen ontmoet die zich met hart en ziel inzetten en samen werken aan een mooier en duurzamer Nederland. 

Huub Kortekaas is inmiddels overleden. Ik was erg onder de indruk van het vrolijke optimisme van het echtpaar. Adelheid zal Huub wel heel erg missen. Daar denk ik allemaal aan als ik even stil sta bij het 6 meter hoge beeld in het arboretum. 


dinsdag 9 september 2025

Wat we hadden kunnen weten

 "Wat we hadden kunnen weten" is het nieuwe boek van Ian Mc Ewan.  Het is 2130 en GB bestaat uit bergachtige eilandjes die alleen nog per boot verbinding met elkaar hebben. Veel gebieden zijn vrijwel onbereikbaar geworden. Wat er aan erfschatten gered is, is ondergebracht in nieuw gebouwde musea en bibliotheken hoog gelegen op de bergen. In het boek wordt de tijd onderzocht waarin wij nu leven 1995 tot 2030. De mensen levend in 2130 vinden ons nogal dom. We hadden het kunnen weten, waarom hebben we niks gedaan? Waarom hebben we de catastrofe willens en wetens op ons af laten komen. Tijdens het lezen bekruipt me regelmatig een gevoel van schaamte. 

Vorige week liep ik met een groep geïnteresseerden uit Randwijk onder leiding van ecoloog Henk van Ziel door de Randwijkse uiterwaarden. Henk leest het landschap. Waar ik een bultje zie, ziet Henk de vroegere bewoners. In de uiterwaarden hebben huizen gestaan en steenfabrieken met veldovens. De tekens van die bewoning zijn nog te zien en de namen en andere gegevens van de bewoners zijn op te zoeken in archieven. De geschiedenis van de vorige bewoners werd verteld door Caspar Blaauw.

Henk verteld over het riviertje de Laak. Ik zie een droge sloot achter mijn tuin maar het is het restant van het riviertje de Laak, die onderdeel geweest is van het Herveldsysteem. Een breed stelsel van stroomruggen en rivierlopen dat zich van de huidige Waal naar de Rijn slingerde.  De restant hiervan is de huidige Laaksloot die nog in de uiterwaarden te zien is.  

Ik voel me steeds meer verbonden op de plek waar ik nu woon. Tegelijkertijd ben ik me bewust van de enorme kwetsbaarheid van de plek waar ik woon. Wat ga ik redden als het water komt? 


Helm

 "En nu nog een helm": roept de man agressief. Ik schrik en ben boos en van slag. Ik fiets in de regen op de dijk op weg naar het Lexkesveer. Er komt me een wielrenner tegemoet. Een ietwat stevige man van minstens middelbare leeftijd. In de bocht fiets hij dicht langs mij, ik dacht om gedag te zeggen. Ik kijk vriendelijk en wil iets vrolijks roepen. Dat gebeurt vaker als ik met slecht weer buiten ben. Dan zijn alleen echte buitenmensen ook buiten en die herkennen elkaar, denk ik. Maar de man heeft andere plannen. Hij wil de overheid meehelpen de fietsers over te halen een helm te gaan dragen. 

Ik ben niet tegen een helm op de fiets. Ik ben wel tegen de hetze die er nu gaande is. Er komen steeds meer fietsers om in het verkeer. Door een helmplicht te overwegen leg je de verantwoordelijkheid bij de fietser. De fietser moet zich beschermen. Het overige verkeer hoeft niet te veranderen. Ik fiets veel en lange afstanden. Ook veel op secundaire wegen zonder fietspad. Er wordt over het algemeen veel te hard gereden. Wat zijn de oorzaken van de vele fietsdoden? Komt het misschien omdat we in steeds grote auto's rijden, zwaarder en met een hoger bumper, veel gevaarlijker voor de kwetsbaardere weggebruiker. Komt het omdat de fietspaden slecht en druk zijn. Zijn we ongeduldiger en letten we minder op elkaar? Komt het omdat de infrastructuur wordt bedacht door mensen die nooit fietsen. Of speelt misschien mee dat de meeste mensen op hun 18 de stoppen met fietsen en pas weer gaan fietsen als ze met pensioen zijn en een elektrische fiets kopen. Als ik de meeste ouderen zie fietsen vind het heel verstandig als ze helm opzetten. Ik vind de meeste ouderen hele slechte onhandige fietsers. Ze hebben de fiets totaal niet onder controle. 

Ik fiets al vanaf dat ik 4 jaar ben en de fiets is altijd mijn belangrijkste vervoermiddel geweest. Ik hou van buiten zijn en geniet meestal van mijn fietstochten. Als ik geen haast heb en alleen ben fiets ik nooit hard. Op het hier betreffende moment, fiets ik 12 km per uur, want tegenwind.  Ik neem de tijd om te genieten van of te huilen om het landschap. Geen enkele reden om een helm op te zetten. Volgende week ga ik op fietsvakantie in Duitsland. Heuvelachtig terrein, een zwaarbepakte fiets dan draag ik wel een helm. Ik heb veel zin om, geïnspireerd door de Tour de France, mijn racefiets weer van de muur te halen. Uiteraard draag ik dan ook een helm. Kortom vervelende, bemoeizuchtige meneer, ik wil graag zelf bepalen wanneer ik een helm draag. 

donderdag 21 augustus 2025

De kunst van het fietskamperen

Ik ben net terug van een 11 daagse fiets-kampeervakantie met J. en nog helemaal zen. Dat gevoel wil ik graag vasthouden. J. en ik hebben de Ems route gefietst, een stukje Ost-Friesland erbij, met een bootje de Dollard overgestoken van Embden naar Delfzijl en in drie dagen terug naar Randwijk, 800 km in totaal. Zonder ondersteuning? Ja helemaal met spierkracht, afzien en doorzettingsvermogen. Voor J. is het een snoepreisje. In zijn eentje fietst hij minstens 6 km per uur harder en zeker 40 km meer op een dag. Ik fiets in mijn eentje nog 2 km per uur langzamer en 20 km minder per dag. We moeten er samen uit zien te komen. 

De uitrusting
Er is van alles te koop om een fiets kampeervakantie comfortabel te maken. Toen J. en ik 9 jaar geleden weer zijn gaan fietskamperen na ongeveer 30 jaar, zijn we begonnen een nieuwe uitrusting bij elkaar te sprokkelen in de buitensportwinkel. Elk jaar wat. Het moeilijke is echter dat wat je vorig jaar gekocht hebt, het volgende jaar alweer achterhaald is. Het nieuwe item is er mooier, inventiever lichter en praktischer. Ik kan uren doorbrengen in buitensportwinkels. 
Ik hou van de kleding, ik ben gek op tentjes bekijken. Wat wegen ze, hoeveel uitgangen heeft deze. Ik wil namelijk altijd graag een eigen uitgang. Dat heeft onze tent nu overigens niet. Maar verder is het een ideale tent. Zeer ruim, superlicht 1,8 kg en in 2 minuten op te zetten. J. en ik hanteren ook in de buitensportwinkel de regel: wat niet kapot is wordt niet vervangen. Tikje spijtig vind ik dat soms wel. 
Het allerbelangrijkste voorwerp in onze uitrusting hebben we het eerste jaar gekocht. Sterker nog, een fiets kampeer vakantie zonder leek mij een moeilijke opgave. 
Elke keer als ik het uitpak, ben ik weer blij. Ritsje open, buizen en felgroene stof stort ik op de grond. Ik ben namelijk totaal niet zuinig op mijn spullen. Ik zet het buizenstelsel in elkaar, de buizen springen bijna vanzelf op de goede plek. Nu nog de stof er aan vast en dan staat er een stoeltje. Zo mooi dat ik toen ik het gekocht had, het eerst een paar weken in de kamer heb gezet zodat ik er naar kon kijken en af en toe even op kon zitten. Het is ook de duurste stoel die ik bezit. Sowieso een rijkdom om een stoeltje te hebben als je kampeert. We hebben dat niet van tevoren uitgeprobeerd, maar we passen precies met stoeltje en E-reader in de voortent. Als ik daar zit in het donker te lezen, af en toe tastend naar een glas met wijn dat ergens op de grond staat, ben ik intens gelukkig. 

De route
J. houdt van routes plannen en veranderen. Ik bemoei me niet zoveel met de route. Mijn mening doet er zeker wel toe, maar ik stel me liever bescheiden op als het gaat over de bestemming. Voor mij is het zinloos een bestemming te kiezen waar ik die dag wil komen, want dat lukt toch niet. Als ik gepauzeerd heb moet ik goed opletten dat ik niet terug ga fietsen. Als ik met J. op stap ben is dat een zorgeloze verzorgde reis. Ik fiets gewoon achter J. aan en ik weet zeker dat het goed komt. We komen ook echt aan op de geplande bestemming. Ik kan lekker om me heen kijken en genieten van de omgeving. Sinds ik me meer bewust ben van de achteruitgang van de natuur, insecten en vogels kijk ik anders om me heen. Er vallen me meer dingen op. Kale nette tuinen, veel strakke zeer korte grasvelden. Heel veel maairobots die maar blijven maaien. Onze tweede camping is in Ootmarsum. Een prachtige plek aan de rand van een minicamping. We kijken uit over een gigantisch groen veld. Stil is het, te stil dringt langzaam tot me door. Er leeft hier niets behalve de mens. Geen insecten, geen vogels, geen egels, geen uilen. De mensen vinden het prachtig, ze missen niets. Op de WC's staan bewegingsmelders met vogelgeluiden.